Geplaatst op Geef een reactie

Het verhaal van de jas die niet vies mocht worden

nieuwe jas

Het was een frisse dag toen Harde Beer een doos op tafel zette. “Kijk eens wat ik voor je heb,” zei hij trots. Kleine Beer keek nieuwsgierig toe terwijl het deksel open ging. Daar lag een prachtige, warme jas. Donkerblauw, met zachte wol vanbinnen en grote knopen.

“Wow,” fluisterde Kleine Beer. “Is die voor mij?”

 

nieuwe jas

Harde Beer knikte.

“Speciaal voor jou.

Maar,” voegde hij eraan toe,

“je moet er wel goed voor zorgen.

Geen modder, geen regen, en zeker geen zand.”

 

Kleine Beer trok de jas aan. Hij voelde zich groot en belangrijk. Harde Beer glimlachte tevreden. “Je ziet eruit als een echte heer.”

Maar toen hij buiten wilde gaan spelen, kwam Harde Beer erachter. “Niet met die jas naar de speeltuin,” zei hij streng. “Daar kan hij vuil worden.”

nieuwe jas 2

 

“Maar ik wil met de anderen klimmen en graven,” probeerde Kleine Beer nog.

“Dan doe je de jas uit,” zei Harde Beer. “Of je blijft binnen. De jas moet netjes blijven.”

Kleine Beer zuchtte. Hij wilde geen ruzie. Dus hing hij de jas netjes over een stoel, trok zijn oude trui aan en ging zonder hem naar buiten.

Bij de zandbak zaten de andere beren te bouwen. Kleine Beer keek toe hoe ze tunnels maakten, bergen en bruggen. Hij schoof voorzichtig aan en begon ook mee te bouwen. Al snel vergat hij de jas. Zijn handen werden vies, zijn knieën nat, maar zijn ogen glinsterden.

Toen hij weer thuiskwam bij Harde Beer, keek die naar zijn vuile broek en modderige pootjes. “Je had die jas toch niet aan, hè?”

“Nee,” zei Kleine Beer. “Ik wilde spelen.”

Harde Beer knikte traag. “Die jas moet lang meegaan. Je moet begrijpen dat mooie dingen netjes moeten blijven.”

Kleine Beer zweeg. Maar vanbinnen voelde hij zich een beetje kleiner dan daarnet in de zandbak.

Later die week ging hij naar Zachte Beer. Daar trok hij zijn vieze broek uit en kreeg een zachte pyjama.

“Weet je wat Harde Beer zei?” begon hij. “Over mijn jas. Dat die niet vies mag worden.”

Zachte Beer pakte de jas uit zijn tas. “Hij is mooi,” zei ze. “Maar weet je wat ik mooier vond? Dat je vuile knieën had en straalde van plezier.”

Kleine Beer keek haar aan.

“Sommige jassen zijn voor bijzondere momenten. Maar jij, Kleine Beer, jij bent elke dag bijzonder — ook als je modder op je neus hebt.”

Toen pakten ze samen een borstel en wat zeep, en maakten de jas weer schoon. En daarna, toen hij weer droog was, speelde Kleine Beer er gewoon weer in. Niet omdat hij rebels was, maar omdat een jas er is om je warm te houden, niet om je binnen te houden.

Reflectievragen

  • Waarom mocht Kleine Beer de nieuwe jas niet overal dragen?

  • Hoe voelde hij zich daardoor?

  • Wat leerde hij van Zachte Beer over vies worden?

  • Wanneer voel jij je vrij om leuk te spelen?

Geplaatst op Geef een reactie

Het verhaal van zijn eigen plekje

Het verhaal van het eigen plekje

Op woensdagmiddag speelde Kleine Beer bij Harde Beer in Huisje Daar. Het huis was groot, met veel kamers. In de keuken stonden nog vieze kopjes van gisteren, in de gang lagen oude schoenen, en in de slaapkamer lag een berg wasgoed. Maar de leefruimte — daar waar Harde Beer zat in zijn grote stoel — die was altijd helemaal netjes. Alles stond recht, geen speelgoed op de vloer, geen kruimel op tafel.

Onder de trap, net naast die leefruimte, was een klein hokje. Daar moesten alle spullen van Kleine Beer in. Zijn boekjes, zijn gekleurde auto’s, zijn knuffel Theo, en zelfs een trui die hij ooit van Zachte Beer had gekregen.

“Waarom moeten mijn spullen altijd in dat hokje?” vroeg Kleine Beer zachtjes.

“Zo blijft het netjes waar ik zit,” antwoordde Harde Beer terwijl hij een vlek van de tafel poetste. “Iedereen heeft zijn plek.”

Maar voor Kleine Beer voelde het hokje niet als een fijne plek. Het was klein, een beetje donker, en het leek alsof hij daar niet alleen zijn speelgoed, maar ook zichzelf moest verstoppen. Bij Harde Beer deed hij altijd een beetje rustiger, stelde hij minder vragen, en probeerde hij te zijn zoals Harde Beer dat graag wilde.

Die avond kroop hij samen met Theo in het hokje. Het rook er naar karton en oude spullen. “Voel jij je hier ook klein?” fluisterde Kleine Beer.

Theo zei niets, maar knikte vanbinnen. Zoals knuffels dat doen.

Toen kreeg Kleine Beer een idee. Hij sloop naar de kast, pakte een zacht kussentje uit de logeerkamer, en vond in de keuken een klein nachtlampje. Hij bracht ze naar het hokje. Daarna schreef hij op een stuk papier met dikke letters: “Plekje van Kleine Beer”. Hij plakte het briefje trots op de deur.

De volgende ochtend liep Harde Beer erlangs. Hij keek naar het briefje en zei niets. Hij keek naar binnen, zag het kussentje en het lampje, en haalde zijn schouders op.

Maar voor Kleine Beer was er iets veranderd. Het hokje was nu van hem. Een plek waar hij mocht zijn wie hij was. Tussen zijn eigen spullen, met zijn eigen lichtje. Niet omdat het moest, maar omdat hij het zo wilde.

Reflectievragen

  1. Waarom wil Harde Beer alleen de leefruimte netjes houden?

  2. Wat veranderde er voor Kleine Beer toen hij het hokje zelf inrichtte?

  3. Heb jij ook een eigen plekje waar jij je fijn voelt? Wat maakt dat plekje speciaal?

Geplaatst op Geef een reactie

Het verhaal van de weggestopte zakjes

Kleine Beer werd zes jaar. Die ochtend was hij bij Zachte Beer in Huisje Hier. Ze maakten samen kleurrijke traktaties voor op school: kleine zakjes gevuld met zachte snoepjes, vrolijke servetjes en een kaartje waarop stond: “Hoera voor Kleine Beer!”

“Wat een feest!” zei Zachte Beer terwijl ze samen de laatste strik knoopten. “Je klasgenoten gaan dit geweldig vinden.”

Kleine Beer lachte breed. De zakjes zagen er misschien niet perfect uit, maar ze waren met liefde gemaakt – samen, zoals hij het het liefst had.

’s Middags bracht Zachte Beer hem naar school, en daarna naar Huisje Daar, waar Harde Beer hem opwachtte.

“Wat heb je daar?” vroeg Harde Beer, terwijl hij de traktatiezakjes bekeek.

“Die heb ik samen met Zachte Beer gemaakt,” zei Kleine Beer trots. “Met kaartjes en servetjes, kijk!”

Maar Harde Beer fronste. “Hm. Ik heb ook traktaties klaargemaakt.” Hij haalde zijn eigen zakjes tevoorschijn: strak, identiek, elk gevuld met drie koekjes en een glanzend label.

 

Zonder iets te zeggen nam Harde Beer de zakjes van Zachte Beer en legde ze onderin een keukenkastje. Hij sloot de deur en draaide zich naar Kleine Beer. “Deze zijn beter geschikt. Netter. Zo hoort het.”

Kleine Beer slikte. Zijn buik voelde ineens klein en gespannen.

Op school zette de juf beide stapels traktaties op tafel. “Wat een verwennerij!” zei ze vriendelijk.

De kinderen vonden alles lekker, maar in het hoofd van Kleine Beer voelde het alsof één deel van zijn feest werd weggestopt. Alsof er iets fout was aan de manier waarop hij bij Zachte Beer vierde.

Die avond keek hij naar het kastje in Huisje Daar. Hij wist precies waar de andere zakjes lagen. Netjes opgestapeld, onzichtbaar. Net zoals dat warme gevoel van vanmorgen.

Reflectievragen

  • Hoe denk je dat Kleine Beer zich voelde toen Harde Beer de zakjes van Zachte Beer wegstak

  • Denk je dat beide soorten traktaties op school mochten zijn? Waarom wel of niet?

  • Wat zou jij doen als iemand iets wat jij met liefde hebt gemaakt, opzij schuift?
  • Ken jij mensen die op Zachte Beer lijken? En mensen die doen zoals Harde Beer? Hoe voel jij je bij elk van hen?
Geplaatst op Geef een reactie

Het verhaal van Harde Beer’s feestje

het verhaal van harde beers feestje

Het was zaterdag en Harde Beer had een groot plan: een feest. Niet zomaar een feestje, maar één waar al zijn vrienden zouden komen. Alles moest perfect zijn: de slingers hingen recht, de stoelen stonden in een kring, en er stonden hapjes op zilveren schalen.

Kleine Beer keek ernaar met grote ogen. “Voor wie is dit allemaal?” vroeg hij.

“Voor mij natuurlijk!” lachte Harde Beer. “En jij mag erbij zijn. Zorg wel dat je netjes doet, goed? Geen gekke vragen, niet rennen.”

Kleine Beer knikte braaf. Maar vanbinnen kneep zijn buik een beetje samen.

Toen de gasten kwamen, werd het druk. Grote beren met diepe stemmen lachten luid. Ze spraken over belangrijke dingen en lachten om grapjes die Kleine Beer niet begreep.

Harde Beer straalde. Hij liep rond, gaf knuffels, vertelde verhalen over vroeger — vooral over hoe goed hij alles kon. “Toen ik jouw leeftijd had,” zei hij tegen Kleine Beer, “kon ik al lezen én rekenen. Jij oefent dat toch ook elke dag?”

Kleine Beer voelde zijn wangen warm worden. Hij hield van verhalen, maar rekenen vond hij lastig. Hij knikte stilletjes.

Hij nam een klein taartje, maar zijn maag voelde raar. Dus legde hij het onaangeroerd op een schoteltje. Hij ging in een hoekje zitten, dicht bij de muur. Daar kon hij kijken zonder gezien te worden.

Toen iedereen luid begon te zingen voor Harde Beer, werd het hem te veel. Hij glipte zachtjes weg en kroop onder de eettafel. Daar zaten geen beren. Alleen de tafelpoten. En Theo, die in zijn tas zat te wachten.

“Ben jij ook moe van al dat lawaai?” fluisterde Kleine Beer.

Theo zei niks, maar zijn zachte vacht gaf troost.

Later die avond, toen de gasten vertrokken waren en de kamer half opgeruimd was, kwam Zachte Beer langs om Kleine Beer op te halen.

“Heb je het leuk gehad?” vroeg ze terwijl ze zijn jas dichtritste.

Kleine Beer haalde zijn schouders op.

Thuis in Huisje Hier zat hij stil op de bank. Zachte Beer bracht warme melk. “Wil je vertellen hoe het was?”

Kleine Beer dacht even na. “Iedereen lachte. Maar niet met mij. En Harde Beer wilde dat ik netjes deed. Ik wilde weg maar ik moest blijven. Het was zijn feestje.”

Zachte Beer knikte. “Soms denken grote beren dat iets voor iedereen leuk is, terwijl het eigenlijk hun feestje is. Heb jij gedaan wat je nodig had om je beter te voelen?”

Kleine Beer knikte. “Ik ging onder de tafel. Bij Theo.”

“Goed gedaan,” zei Zachte Beer zacht. “Soms is je eigen veilige plekje het allerbelangrijkste. Je hoeft niet te stralen op andermans feestje.”

Kleine Beer glimlachte. Hij pakte papier en stiften en begon te tekenen. Niet het feest, maar het tafeltje. En zichzelf. En Theo.

Een feestje van rust.

Reflectievragen

  • Waarom voelde Kleine Beer zich niet op zijn gemak op het feestje?

  • Wat deed Kleine Beer om zich beter te voelen?

  • Hoe luisterde Zachte Beer naar hem?

  • Wat zou jij doen als je ergens bent waar je je niet fijn voelt?

Geplaatst op Geef een reactie

Het verhaal van het nieuwe huis

Kleine Beer en het nieuwe huis

Vandaag is een grote dag voor Kleine Beer. Hij gaat voor het eerst naar het Huisje Daar, waar Harde Beer woont. Zijn rugzakje is gepakt en Zachte Beer helpt hem zijn jasje aan te trekken.

“Je mag gewoon jezelf zijn, Kleine Beer,” zegt Zachte Beer zachtjes. “En als je iets moeilijk vindt, mag je het altijd vertellen.”

Kleine Beer knikt. Hij vindt het spannend, een nieuw huis, nieuwe regels… en Harde Beer.

Bij aankomst opent Harde Beer de deur met een brede glimlach. “Welkom Kleine! Kom maar snel binnen, ik heb alles al klaargezet. Je kamer is daar, maar je moet eerst iets zien!”

Huisregels harde Beer

Kleine Beer wordt meteen meegenomen naar de woonkamer waar alles groot en netjes is ingericht. Op de muur hangt een groot bord: ‘HUISREGELS VAN HARDE BEER’. De letters zijn dik en zwart.

“Regel één: vroeg opstaan.

Regel twee: altijd je kamer opruimen.

Regel drie: niet te veel praten tijdens het eten,” leest Harde Beer voor.

“Zo blijft alles rustig en netjes, begrijp je?”

Kleine Beer knikt voorzichtig, maar hij voelt zich een beetje klein in het grote huis. Hij mist de knusse hoekjes en zachte dekens van Huisje Hier.

Later die dag zitten ze samen aan tafel. Harde Beer heeft een schema gemaakt voor het weekend. “Zaterdag: schoonmaken en klusjes. Zondag: een wandeling van precies anderhalf uur. Goed gepland, hè?”

“Maar… kunnen we ook gewoon tekenen of een hut bouwen?” vraagt Kleine Beer voorzichtig.

“Misschien later,” zegt Harde Beer. “We houden het hier graag gestructureerd.”

Wanneer Kleine Beer ’s avonds terugkeert naar Huisje Hier, kruipt hij dicht tegen Zachte Beer aan op de bank.

“En, hoe was het bij Harde Beer?” vraagt Zachte Beer terwijl hij een dekentje over hen heen legt.

“Het huis is groot… en stil,” zegt Kleine Beer. “En er zijn veel regels. Ik wist niet goed waar ik mocht spelen of wat ik moest zeggen.”

Zachte Beer knikt en strijkt over zijn rug. “Dat is moeilijk, hè. Het is normaal dat je tijd nodig hebt om je plek te vinden in een nieuw huis. Maar weet je wat helpt? Kleine beetjes van jezelf meenemen. Je eigen spelletjes, je verhalen, jouw manier van zijn. Dan wordt dat huis ook een beetje van jou.”

Kleine Beer denkt na. “Mag ik de volgende keer mijn knuffel mee?”

“Dat lijkt me een prachtig begin,” zegt Zachte Beer met een glimlach.

 


Reflectievragen:

  • Hoe voelde Kleine Beer zich in het nieuwe huis van Harde Beer?

  • Wat denk je van de regels van Harde Beer? Zou jij je daar fijn bij voelen?

  • Wat bedoelde Zachte Beer met ‘kleine beetjes van jezelf meenemen’?

  • Wat helpt jou als je ergens nieuw bent?

Geplaatst op Geef een reactie

Het verhaal van de overbodige wedstrijd

Het was een zonnige dag in het bos. De vogels floten en de bladeren ritselden zachtjes in de wind. Vandaag was een speciale dag, want Harde Beer had een wedstrijd georganiseerd.

“Luister goed!” zei Harde Beer streng. “Vandaag gaan jullie rennen, klimmen en springen. De sterkste en snelste wint!”

Kleine Beer en Reuze Beer keken elkaar aan. Kleine Beer vond rennen en springen leuk, maar hij wilde helemaal niet per se winnen. Reuze Beer knikte vastberaden. Hij wilde bewijzen dat hij groot en sterk was.

De wedstrijd begint

“Op je plaatsen… klaar… af!” riep Harde Beer.

Reuze Beer schoot vooruit. Hij rende zo snel als hij kon over het bospad. Kleine Beer deed ook zijn best, maar hij genoot meer van de wind die door zijn vacht waaide en de blaadjes die knisperden onder zijn pootjes.

 

Bij de eerste hindernis, een grote boomstam, sprong Kleine Beer er soepel overheen. Reuze Beer sprong ook, maar hij schatte de afstand verkeerd en struikelde.

“Sta op! Je bent groot, je moet winnen!” riep Harde Beer ongeduldig.

Reuze Beer krabbelde overeind, maar hij voelde de druk. Wat als hij niet won? Wat als Harde Beer hem dan zwak zou vinden?

Een onverwachte wending

Bij de klim naar een hoge rotsrand was Kleine Beer eerst boven. Hij keek achterom en zag dat Reuze Beer moeite had met de grip op de gladde stenen.

“Kom op, Reuze Beer!” riep Kleine Beer vrolijk. “Je kunt het!”

Reuze Beer keek verbaasd. Kleine Beer was zijn tegenstander, toch? Waarom moedigde hij hem dan aan?

Langzaam klom hij verder, met Kleine Beer die hem tips gaf: “Zet je poot hier… en duw je af daar!”

Samen bereikten ze de top. Zachte Beer stond daar al te wachten en glimlachte trots. “Wat een geweldig teamwork!”

De uitslag

Beneden stond Harde Beer met zijn poten over elkaar. “Wat een zwakke wedstrijd,” bromde hij. “Reuze Beer, je bent groot en sterk! Waarom heb je niet gewonnen? Kleine Beer heeft je zelfs geholpen!”

Reuze Beer keek naar de grond. Hij voelde zich even klein, ondanks zijn grote lijf.

Kleine Beer keek naar Harde Beer en toen naar zijn broer. “Maar het was leuk,” zei hij. “En we hebben samen een mooie wedstrijd gehad.”

Zachte Beer knikte. “Soms is samen sterker dan alleen maar groot zijn.”

Reuze Beer glimlachte en sloeg een poot om Kleine Beer heen. “Volgende keer doen we gewoon weer samen,” zei hij.

En zo liepen ze samen verder, lachend, zonder winnaars of verliezers—alleen twee broers die plezier hadden.

Geplaatst op 2 reacties

Het verhaal van zwemmende Kleine Beer

Kleine Beer en Narcisme zwemmend

Op een zonnige dag besloot Kleine Beer te gaan zwemmen in het meer bij Huisje Daar. Het was een heerlijke plek, met helder water en vrolijk kwetterende eenden. Kleine Beer voelde zich een beetje onzeker, want zwemmen kon hij nog niet zo lang. Hij droeg zijn zwembandjes stevig om zijn armen en stapte voorzichtig het frisse water in.

Kleine Beer stapt dieper het meertje in, tot waar hij niet meer op zijn pootjes kan staan en begint te watertrappelen. Hij probeert zijn armen ook te bewegen en komt langzaam in beweging.

Niet veel later kwam Harde Beer aangewandeld. “Kijk eens aan! Daar is mijn zwemkampioen!” riep hij enthousiast. Kleine Beer glimlachte verlegen, terwijl hij traag door het water ploeterde. “Zwem maar snel verder!”

Plots zwom een eend snel voorbij Kleine Beer. Kleine Beer stopte even met peddelen en keek naar de kant. “Harde Beer, zie je dat? Ik ben echt nog traag.” Zegt hij droef.

“Onzin, Kleine Beer!” zei Harde Beer met een brede glimlach. “Jij wordt de beste zwemmer die ik ooit heb gezien. Een berebeste zwemmer, net zoals ik! Weet je wat? Er is binnenkort een zwemwedstrijd in het dorp. Hoe leuk zou het zijn moest je die winnen?!”

Kleine Beer keek verbaasd. “Maar Harde Beer, ik ben nog helemaal niet zo goed. Ik gebruik zelfs nog mijn zwembandjes.”

“Ach,” zei Harde Beer, terwijl hij zich breed maakte. “Jij kan toch perfect zonder die bandjes zwemmen? Echt, je techniek is goed, als je het maar echt wil, kan je zelfs de zwemwedstrijd in het dorp winnen binnenkort! En ik zal je aanmoedigen!.”

 

Kleine Beer en Narcisme zwemmend

Later die dag ging Kleine Beer naar Huisje Hier, waar Zachte Beer hem opwachtte. “Hoe was het zwemmen vandaag, Kleine Beer?” vroeg Zachte Beer zachtjes.

Kleine Beer zuchtte en vertelde over Harde Beer die zei dat hij de beste zwemmer was en over de zwemwedstrijd. “Maar ik kan helemaal nog niet goed zwemmen!,” zei hij eerlijk. “Ik ben nog aan het oefenen.”

Zachte Beer glimlachte en gaf Kleine Beer een knuffel. “Je bent al fantastisch, gewoon omdat je het probeert en er plezier in hebt. Het is niet belangrijk om de beste te zijn, maar om blij te zijn met wat je doet. Wat Harde Beer denkt dat hij je motiveert door te zeggen dat je het al geweldig kan, terwijl je nog maar begint. Het is goed dat jij zelf weet wat je wilt en kunt.”

Kleine Beer keek op en knikte. “Ik denk dat ik eerst nog even blijf oefenen voordat ik aan een wedstrijd meedoe. Misschien doe ik later mee, als ik er echt klaar voor ben.”

“Dat klinkt als een heel goed plan, Kleine Beer,” zei Zachte Beer. “Zullen we samen oefenen morgen? Gewoon rustig aan, voor de lol?”

“Ja, graag!” riep Kleine Beer blij. Hij voelde zich meteen lichter.

Geplaatst op 2 reacties

Het verhaal van te veel cadeautjes

Kleine Beer in speelgoedwinkel

Kleine Beer zit in Huisje Daar met Harde Beer. Vandaag is het een speciale dag, want Harde Beer heeft besloten om Kleine Beer te verwennen. Gewoon, omdat het kan!

“Wat wil je doen vandaag, Kleine?” vraagt Harde Beer met een grote glimlach.

“Ik wil graag naar het park,” zegt Kleine Beer enthousiast.

“Nee, nee, we gaan iets veel leukers doen!” Harde Beer neemt Kleine Beer mee naar de speelgoedwinkel. Ze lopen langs rijen en rijen speelgoed, en Harde Beer begint alles aan te wijzen. “Wat denk je van deze auto? En deze pop? Of misschien deze blokken?”

Kleine Beer in speelgoedwinkel

 

Kleine Beer voelt zich overweldigd. “Maar ik heb al veel speelgoed, Harde Beer.”

“Dat maakt niet uit, Kleine! Vandaag krijg je alles wat je wilt!” Harde Beer begint speelgoed in een winkelkarretje te gooien. Auto’s, poppen, puzzels, bouwsets, het houdt niet op.

Kleine Beer kijkt naar de stapel speelgoed en voelt zich een beetje ongemakkelijk. “Dank je wel, Harde Beer,” zegt hij zachtjes.

“Je verdient het allemaal, Kleine! Zachte Beer zou je dit nooit geven! Nee toch, hé, Kleine Beer?” zegt Harde Beer met een grijns.

Ze gaan naar Huisje Daar met meer speelgoed dan ze kunnen dragen. Kleine Beer weet niet goed waar eerst te beginnen.

Een tijdje later is Kleine Beer bij Zachte Beer in Huisje Hier. Zachte Beer merkt meteen dat Kleine Beer stil en een beetje verdrietig is.

“Wat is er, Kleine Beer?” vraagt Zachte Beer zachtjes.

Kleine Beer haalt diep adem en vertelt over de speelgoedwinkel. “Harde Beer wilde niet met me naar het park. En daarna heeft Harde Beer me zoveel speelgoed gegeven, maar hij zei ook dat jij dat nooit zou doen.”

Zachte Beer knielt neer en kijkt Kleine Beer recht in de ogen. “Mijn klein Beertje toch, veel speelgoed gaan kopen kan leuk zijn, maar het gaat niet om de hoeveelheid. Je zal altijd genoeg speelgoed hebben om je te amuseren, daar zorg ik voor!

Wat Zachte Beer erg belangrijk vindt, is dat je gelukkig bent en dat je weet dat je geliefd bent, ongeacht hoeveel speelgoed je hebt.”

Kleine Beer knikt langzaam. “Ik voelde me een beetje verdrietig toen Harde Beer dat zei.”

Zachte Beer glimlacht en geeft Kleine Beer een knuffel. “Je mag me altijd vertellen hoe je je voelt. Ik begrijp dat het raar is, niet blij zijn met al dat speelgoed. Soms overdrijft Harde Beer met zijn cadeautjes en vergeet gewoon leuke dingen te doen. Vergeet niet, Kleine Beer, daar gaat het om.

Grenzen aangeven:

  1. Hoe denk je dat Kleine Beer zich voelde toen hij al dat speelgoed kreeg?
  2. Vind je het gezond om altijd te krijgen wat je wilt, zoals bij het speelgoed? Waarom wel of niet?
  3. Denk je dat het belangrijk is hoe Harde Beer zijn aandacht en cadeaus geeft aan Kleine Beer?

Zelfinzicht:

  1. Wat zou er gebeuren als Kleine Beer zelf mocht kiezen wat hij echt wilde doen?
  2. Waarom doen de vele cadeautjes Kleine Beer niet veel?
  3. Heb je soms het gevoel dat anderen proberen je gelukkig te maken op een manier die jij niet echt wilt?

Emotionele veerkracht:

  1. Hoe voelde Kleine Beer zich toen hij zoveel speelgoed kreeg maar niet naar het park mocht?
  2. Heb je ooit gemerkt dat iemand anders denkt dat ze weten wat het beste voor jou is, maar dat voelt niet goed voor jou? Wat deed je toen?
  3. Wat vind je van de manier waarop Zachte Beer luisterde naar Kleine Beer’s gevoelens? Hoe zou jij je voelen als iemand echt naar jou luistert?
Geplaatst op Geef een reactie

Het verhaal van de nieuwe hobby

Narcistische beer golft

Kleine Beer zit in Huisje Daar met Harde Beer. Het is een zonnige dag, en Harde Beer lijkt opgewonden.

“Kleine Beer, ik heb iets nieuws voor ons!” zegt Harde Beer enthousiast.

Kleine Beer kijkt nieuwsgierig op. “Wat is het, Harde Beer?”

“We gaan een nieuwe hobby beginnen. We gaan golfen!” Harde Beer houdt een glimmende nieuwe golfclub omhoog en wijst naar een set golfballen in een tas.

Kleine Beer kijkt verbaasd. “Maar Harde Beer, ik heb nog nooit gegolfd.”

“Dat maakt niet uit, Kleine! Ik zal je alles leren. Golf is geweldig. Het is niet alleen leuk, maar we komen er ook interessante mensen tegen.” Harde Beer kijkt trots naar de golfuitrusting.

Ze gaan naar een prachtige golfbaan. Harde Beer legt alles uit en laat zien hoe hij de golfclub vasthoudt en de bal slaat. Hij straalt zelfvertrouwen uit en pronkt met zijn vaardigheden.

Kleine Beer probeert het ook, maar het blijkt moeilijker dan het lijkt. Hij mist de bal een paar keer en raakt gefrustreerd.

Narcistische beer golft

“Probeer het nog eens, Kleine! Kijk hoe goed ik het doe.” Harde Beer slaat nog een keer en de bal vliegt ver weg.

Kleine Beer voelt zich een beetje ongemakkelijk. “Ik weet niet zeker of ik dit leuk vind, Harde Beer.”

“Jawel, dat komt wel. Golfen is goed. Het is goed dat we hier vrienden mee maken! We zullen indruk maken op iedereen.” Harde Beer knikt naar een paar andere dieren die toekijken.

Kleine Beer probeert het opnieuw, maar zonder veel succes. Hij zucht en kijkt naar Harde Beer, die met anderen staat te praten.

Een tijdje later, terug in Huisje Hier, is Kleine Beer bij Zachte Beer.

“Hoe was het bij Harde Beer? Hebben jullie leuke dingen gedaan, Kleine Beer?” vraagt Zachte Beer zachtjes.

Kleine Beer vertelt over het golfen en hoe Harde Beer hem aanmoedigde om het te doen, zelfs als hij het niet leuk vond. “Harde Beer zei dat het belangrijk is om te kunnen golfen en er nieuwe vrienden te maken.”

Zachte Beer glimlacht begripvol. “Het is goed om nieuwe dingen te proberen, maar soms duurt het even voor je er goed in bent. Het is wel belangrijk dat jij je amuseert, wat anderen er van denken is niet zo belangrijk.”

Kleine Beer knikt langzaam. “Ik vond het niet leuk om te golfen, Zachte Beer. Ik voel me beter als ik dingen doe die ik echt leuk vind.”

“Ga dan nog maar even basketten, is dat goed?”

Kleine Beer vertrekt met een vaart, op zoek naar zijn basketbal. Zachte Beer hoort nog net een ‘Jeej’ als de deur toevliegt.

Helpende vragen

Grenzen aangeven:

  1. Heb je het gevoel dat Harde Beer goed geluisterd heeft naar hoe Kleine Beer zich voelde?
  2. Denk je dat het gezond is om een hobby te doen alleen maar om anderen te imponeren? Waarom wel of niet?
  3. Hoe belangrijk vind jij het dat je plezier hebt in wat je doet, in plaats van goed te zijn in iets?

Zelfinzicht:

  1. Waarom denk je dat Harde Beer zo graag wilde gaan golfen als nieuwe hobby?
  2. Hoe Heb je ooit een nieuwe hobby geprobeerd waar je niet echt van genoot? Hoe voelde dat?
  3. Wat zou er gebeuren als Kleine Beer eerlijk zei dat hij niet van golf houdt? Hoe zou Harde Beer reageren?
  4. Denk je dat het belangrijk is om dingen te proberen omdat anderen denken dat het goed voor je is? Waarom wel of niet?

Emotionele veerkracht:

  1. Hoe voelde Kleine Beer zich toen hij golf probeerde maar er niet goed in was?
  2. Wat zou jij doen als je iets probeert en het lukt niet meteen? Hoe zou je je voelen?
  3. Wat vind je van de manier waarop Zachte Beer reageerde op Kleine Beer’s ervaring met golf? Hoe zou jij je voelen als iemand je aanmoedigt om te doen wat je leuk vindt?
Geplaatst op Geef een reactie

Het verhaal van het museum

Beren in het museum

Kleine Beer en Harde Beer gaan samen naar het museum. Ze maken er een dagje van, Harde Beer wilt graag gaan kijken naar een nieuwe tentoonstelling. Kleine Beer is erg benieuwd, hij is nog nooit naar een tentoonstelling in een museum geweest.

Ze lopen samen het mooie, grote gebouw binnen, langs een enorme poort. Kleine Beer is een beetje onder de indruk. Wat een hal! Het is duidelijk een heel groot museum.

“Goed, Kleine, volg me, dan gaan we naar de schilderijen kijken!” geeft Harde Beer instructie.

Kleine Beer geeft hem een stevig pootje en Harde Beer loopt met hem een lange gang met beelden door. Ze blinken. Kleine Beer denkt bij zichzelf “Die worden mooi gepoetst, die zullen niet snel kapot gaan.” Hij gniffelt bij zichzelf en denkt even aan Zachte Beer.

Ze komen aan in een grote kamer, met overal waar je kijkt schilderijen. Grote en kleine schilderijen door elkaar, sommigen met dieren op, sommige met landschappen en nog anderen met vreemde figuren. Er zijn er hele kleurrijke bij, met de felste kleuren die Kleine Beer zich kan bedenken en anderen lijken wel in één kleur geschilderd.

Er is zoveel om naar te kijken, maar Harde Beer doet teken om hem te volgen en gaat naar één klein schilderijtje. Hij gaat op een afstandje staan en kijkt heel intens naar dat schilderij. Kleine Beer kan er niets van maken, het is een beetje een vreemd schilderij, met allemaal gekleurde vlakken die niet echt iets voorstellen.

Hij kijkt vragend naar Harde Beer.

“Dit is nu kunst, Kleine. Zie je die lijnen, de kleuren die de kunstenaar gebruikt heeft? Is het niet prachtig?”.  Harde Beer is enthousiast, Kleine Beer merkt het aan alles.

“Wat zie jij erin, Kleine?” vraagt Harde Beer.

 

Beren in het museum

Kleine Beer denkt hard na. Hij vindt het niet echt een mooi schilderij en weet niet goed wat hij moet zeggen. Harde Beer is er zo enthousiast over. “Ik weet het niet zo goed. De kleuren zijn wel mooi.”

“Ja he, ze zijn prachtig! Ik vind het geweldig mooi! Het schilderij lijkt me een heel verhaal te vertellen.” Harde Beer gaat wat dichter bij het schilderij staan en bekijkt het weer intens.

Kleine Beer begint naar andere schilderijen te kijken en ziet er enkele die hij echt mooi vindt. “Ik ga even naar die schilderijen kijken, is dat goed Harde Beer?” vraagt hij , wijzend naar wat hij wil gaan bekijken. “ Ja hoor, is goed”.

Kleine Beer gaat de kamer rond, hij is blij dat ze samen naar het museum zijn gekomen. Hij kan zien dat Harde Beer geniet van al die mooie kunstwerken. Als Kleine Beer alle schilderijen in de kamer heeft bekeken, gaat hij terug naar Harde Beer. Die staat nog steeds aan het kleine schilderijtje. “Ben je daar weer?”

“Ja hoor, Harde Beer, ik vind het een leuk museum!”

“Ja he. Ik blijf fan van dit werkje. Het is zo groot, ook al is het maar klein.”

Kleine Beer snapt er niet veel van. Hij is nog klein, het zal daar wel aan liggen.

“Gaan we buiten picknicken, Harde Beer? Ik krijg een beetje honger.”

“Goed dan, Kleine.” En ze wandelen samen het museum uit en gaan picnicken op een bankje.

Kleine Beer heeft ervan genoten, het museum was prachtig, maar hij mistte Harde Beer wel een beetje doorheen de dag. Maar ook Harde Beer had genoten. Een fijne dag!