Het verhaal van de kadootjes
Een berg dure cadeaus, en één zelfgemaakte sjaal die écht warm maakt.

Bij Huisje Daar staat een grote, glimmende doos klaar. “Kijk eens, Kleine! De nieuwste, de duurste, de allerbeste,” zegt Harde Beer trots. Kleine Beer maakt hem open: een prachtig speelgoed, vol knopjes en lichtjes.
“Mooi, hè? Niemand heeft er zo eentje. Ik geef altijd de beste cadeaus.” Harde Beer kijkt vooral naar de doos — en een beetje naar zichzelf. “Speel er maar mee, ik moet nog even bellen.” En weg is hij.
Kleine Beer speelt alleen. Het speelgoed is mooi, maar na een tijdje wordt het stil in de kamer, en stil vanbinnen. Zoveel knopjes, en toch voelt het een beetje leeg.
Bij Huisje Hier breit Zachte Beer aan iets zachts. “Ik maak een sjaal voor jou. Hij is niet duur, en hij heeft een steekje scheef — maar er zit veel warmte in.” Ze breit verder, en vertelt over haar dag. Kleine Beer luistert, en helpt een beetje.
Als de sjaal klaar is, slaat Zachte Beer hem om Kleine Beers nek. Hij ruikt naar wol en naar thuis. “Vind je hem mooi?” “Heel mooi,” zegt Kleine Beer. “En hij is warm.” “Het warmste zit niet in de sjaal,” lacht Zachte Beer. “Dat zit in de tijd die we samen maakten.”
Die avond ligt het dure speelgoed in een hoek, en draagt Kleine Beer de scheve sjaal naar bed. Een verhaal over het verschil tussen iets krijgen, en je gezien voelen.
